Een kijkje achter de schermen van je favoriete straat tijdens Begijnenstraat & Co.
In deze reeks van Soirée Lamot kom je te weten hoe de omgeving van de Begijnenstraat en de Vismarkt in de loop der eeuwen evolueerden. Drie lezingen belichten elk een ander aspect van dit stukje Mechelen: van vlieten en eetgewoonten tot provo’s.
Dit jaar in maart te zien in kc nOna (nO new artists 2010). Na de selectie voor het Theaterfestival 2010 wint 1:SONGS van de Nederlands-Duits Nicole Beutler nu ook de VSCD Mimeprijs. Een jaarlijkse erkenning van de Nederlandse Vereniging voor Schouwburg en Concertgebouwdirecties. De prijs werd op zondag 12 september uitgereikt tijdens “Het Gala van het Nederlands Theater” in Amsterdam.
Uit het juryrapport:
De voorstelling 1: Songs, A solo with missing choir van Nicole Beutler grijpt de toeschouwer bij de lurven. Vanaf het mooie beginbeeld, waarin Beutler opnieuw haar fascinatie voor de schemergebieden tussen zichtbaar en onzichtbaar, afwezig en aanwezig vormgeeft, ontrolt de voorstelling zich als een meeslepend concert.
Een goed glas wijn en een avondje theater of dans : voor veel mensen is dit een prachtige combinatie. Maak jij deel uit van deze groep, plan dan alvast een uitstap naar Mechelen. De wijnbar Unwined en Kunstencentrum nOna slaan de handen in elkaar om je een leuke tijd te bezorgen. Bij Unwined krijg je voor de voorstelling een glas cava of wijn en aangepaste hapjes in een stijlvol decor. Hier krijg je ook je tickets voor de voorstelling in het aanpalende kc nOna, zodat je deze zonder zorgen kunt binnenstappen. Kunstencentrum nOna brengt aan gevarieerd aanbod aan voorstellingen (theater, dans, performance). Kijk even op www.nona.be voor het recente programma.
De Bongo geeft recht op volgende formule voor twee personen: een glaasje cava en een glaasje wijn met verzorgde thema-hapjes en een ticket voor een voorstelling in kc nOna. Telefonisch reserveren is verplicht. Vermeld dat je komt met een Bongo. Meer info over het programma op www.nona.be.
Wie eind juni de voorstellingen van YVOD / ROBOT - van het collectief Tuning People (Karolien Verlinden, Jef Van gestel en Wannes Deneer) gemist heeft kan eind augustus terecht op Studio Villanella in Antwerpen.
YVOD/ROBOT is een musical met robotten voor iedereen vanaf 10 jaar.
Over het onvermogen van een koffiemachine om zich nuttig te maken in de tijd dat hij geen koffie zet.
Over de rol van de mens in de evolutie.
Over emotioneel geladen gemotoriseerde figuren en zingende objecten.
De gevolgen van de economische crisis beginnen stilaan ook door te dringen in sectoren die zich op het eerste gezicht redelijk onafhankelijk van de nationale en internationale economie lijken te ontwikkelen. Ook de kunstensector deelt in de klappen.
Recent zagen heel wat culturele organisaties een beperkt percentage van hun structurele subsidies in rook opgaan (de befaamde ‘kaasschaaf’). In mei jongstleden bevroor Joke Schauvliege, Vlaams minister van Cultuur, daarenboven alle projectsubsidies voor 2010 (inclusief de punctuele tussenkomst voor internationale verblijven, compositieopdrachten en dergelijke). Die laatste demarche is gegeven de huidige economische omstandigheden begrijpelijk, maar tegelijk ook erg onverstandig. Door de schrapping van die subsidies levert de minister een wel érg minieme bijdrage aan de vertering van die crisis (de projectsubsidies zijn zelfs geen druppel op een gloeiende plaat), maar ze treft er wel rechtstreeks de kunstenaars mee. Projectsubsidies zijn immers in eerste instantie bedoeld voor kunstenaars die buiten structuren om werken. Die besparing komt nog eens bovenop een cultureel klimaat dat de kunstenaar maar al te graag afschildert als een paria die gretig meegraast uit de ruif der staatsafhankelijken. De reacties die lezers posten op de site van een krant als De Standaard spreken in dat verband boekdelen. Kunstenaars zijn profiteurs, klaplopers, gesubsidieerde luxehoeren. In een recente Dag allemaal (11 juni 2010) beweerde Gust De Meyer, academische clown van dienst, dat ‘culturele verenigingen zichzelf miljoenen geven’. Dat dat standpunt compleet van de pot is gerukt, is in wezen bijzaak. Dat De Meyer op die manier een forum krijgt om de publieke perceptie verregaand te sturen, is verontrustend.
Auteur en theatermaker Josse De Pauw reageerde in een opiniebijdrage in De Standaard (5 juni 2010) als een van de weinigen publiekelijk op de afschaffing van de projectsubsidies. Hij wees op het belang van die kleine subsidies voor de individuele kunstenaar en riep op tot dialoog. Maar echter nog meer dan dialoog is een scherpe doorlichting van het kunstenveld hoogdringend. Besparen is in deze tijden eenieders lot, en dan is het een kwestie van prioriteiten stellen. In eigen én andermans boezem durven te kijken, daar komt het op aan. Het tweede is plezant, het eerste is dat veel minder.
Grosso modo kampt de cultuursector met een viertal problemen. Ten eerste groeide de professionalisering uit tot een fetisj. Het kunstenveld telt ondertussen een hele reeks organisaties waar steeds meer para-artistieke medewerkers werken voor een steeds geringer aantal kunstenaars. Die medewerkers worden meestal in vaste loondienst genomen, terwijl kunstenaars de loononzekerheid eigen aan hun beroep dienen te dragen. Professionalisering is belangrijk, maar kan slechts een middel zijn, geen doel. Die balans is steeds vaker uit evenwicht. Soms lijken er meer cultuurprofessionals dan kunstenaars te zijn. Ook het beleid zelf legt meer en meer de nadruk op secundaire prioriteiten. Minister Schauvliege wil in haar beleidsperiode bijvoorbeeld hoog inzetten op e-cultuur, cultuurmanagement en cultuureconomie. Met die prioriteiten is op zich niks mis, maar ze worden een lege doos indien ze als doelstelling voorafgaan aan de core business van elk cultuurbeleid: de voorwaarden scheppen voor creatie. Dat evenwicht is steeds meer uit balans. Ten tweede worden de contouren die het Kunstendecreet had uitgezet almaar vager. Kunstencentra worden werkplaatsen, gezelschappen worden kunstencentra, festivals worden werkplaatsen – de lijst van institutionele mutaties is eindeloos. De kunstenpraktijk wordt steeds meer hybride. Door een voortdurend vager wordende taakafbakening van de verschillende types culturele organisaties wordt het echter steeds onduidelijker wie welke financiële en productionele engagementen ten aanzien van kunstenaars kan en moet aangaan. ‘Je mag bij ons komen, maar geld hebben we niet’ moet zowat het meest gehoorde zinnetje zijn in cultuurland. Ten slotte is het kunstenveld het slachtoffer van een erg vage verdeel- en heerspolitiek. De schaarse middelen worden verdeeld over te veel organisaties. Er zijn te veel kleine gezelschappen of collectieven die amper kunnen overleven. Degenen die de sprong zouden moeten maken vinden maar geen geschikte opstijgzone – bij elk sprongetje botsen ze keihard met hun kop tegen het plafond.
Er is dus meer nodig dan een dialoog. De discussie die gevoerd dient te worden is fundamenteel. Wie Gust De Meyer voor wil zijn moet snel zijn (de man publiceert sneller boeken dan Jan Fabre tentoonstellingen opzet). Bij wijze van aanzet hier dus mijn vier resoluties voor de komende beleidsperiode:
Vraag aan uw commissies duidelijke keuzes te maken. “Deze wel en deze niet”, die uitspraak moet men durven doen. Kiezen is verliezen. Vraag hen, in alle vertrouwen, keuzes te maken in functie van de diversiteit van het culturele landschap, maar vraag hen vooral om artistieke kwaliteit te hanteren als rigoureuze graadmeter. Zorg ervoor dat de organisaties die de kwaliteitstoets doorstaan hebben en dus gesubsidieerd worden écht hoge toppen kunnen scheren.
Neem de publieksvraag ernstig. Grote en middelgrote instellingen moeten veel publiek hebben. Punt. Geef die instellingen de ruimte om in dat verband creatieve strategieën te hanteren. Laat tegelijk ruimte voor een beheersbaar aantal kleine units voor spits-onderzoek, voor initiatieven die werken buiten de publieke zichtbaarheid.
2bis: Wijs de cultuurcentra op hun plicht. Zij spelen een belangrijke rol in de zichtbaarheid en bij de spreiding van kunst. Die plicht vervullen ze niet allemaal even ondubbelzinnig.
Bewaak voor elke organisatie streng het evenwicht tussen artistieke en para-artistieke lonen. De organisatiestructuur mag nooit een doel op zich worden, maar moet steeds een ondubbelzinnige artistieke finaliteit hebben.Ze moet haar louter faciliterende rol behouden.
De beschikbare infrastructuur moet ten volle worden benut. Vraag dus aan de organisaties die over faciliteiten beschikken om de eigen werking te herdefiniëren in functie van de onmiddellijke aanwezigheid van andere culturele partners. Bakstenen moeten worden uitgewisseld.
Tot slot: de Vlaamse overheid is zelf verantwoordelijk voor het maatschappelijke draagvlak van de kunsten. Ze moet met andere woorden kwaliteit ernstig nemen, durven te kiezen en ijveren voor maximale zichtbaarheid. Ze dient met andere woorden ondubbelzinnig op te komen voor kunstenaars – en niet voor het kunstenveld. Dat adagium lijkt simpel, maar is het niet. Beste minister Schauvliege, zet in op kunstenaars. De rest volgt wel. Alleen daarom is de afschaffing van de projectsubsidies niet de juiste zet.
Stefanie Claes heeft met de kc nOna-productie Het Feest van de Platte Cake voorbije zaterdag - samen met Irakese Geesten van Mokhallad Rasem - de Jong Theater Prijs van Theater aan Zee gewonnen.
Stefanie Claes voltooit met Feest van de Platte Cake haar eindwerk (regie, aan het RITS) en ging eind januari 2010 in première in kc nOna. Ze maakte de voorstelling met Mira Helmer, Nele Vereecken en Michiel Soete.
De voorstelling Irakese Geesten van Mokhallad Rasem is begin december te zien in kc nOna - klik hier voor meer info.
Kantoren zijn gesloten van 3 juli tot en met 1 augustus.
Wij zien u graag terug vanaf september, voor een rijkgevuld najaar. Op het programma onder andere: Zomergasten(tg Stan), de herneming van de succesvoorstelling Tourniquet (Abattoir Fermé), Het Lichaam(tg Ceremonia), een reeks en festival rond oorlog met voorstellingen, debatten en film, nieuwe voorstellingen van Katja Dreyer (Überflieger), Niko Hafkenscheid & Coral Ortega (In this case… rather not),Stray Dogs & Legoman (Intangible States) en veel meer.
Voor het jonge volk is er maandelijks op zondag opnieuw filemOna, met eerst film en daarna een heerlijke brunch. En ook de jeugdvoorstelling SWEET van de Spaanse choreografe Aitana Cordero (van oa. 3 ways to master a kiss…).
Check de site of hou uw brievenbus of mailbox in de gaten.
Voor wie het niet kan laten, een paar theater-tips voor tijdens de zomer:
Ivo Dimchev staat het eerste weekend van juli op Dansand (Oostende), met zijn nieuwe creatie We.art.dog.come.
Alweer in Oostende, tijdens Theater aan Zeekan u terecht voor de nOna-productie Het feest van de platte cakevan Stefanie Claes én de familievoorstelling Sweet van Aitana Cordero & Het Lab.
YVOD / ROBOTvan Tuning People (ism met kc nOna en Villanella) is deze zomer nog te zien op het festival Zomerzone in Sittard (NL), Theaterfestival Boulevard in Den Bosch (NL) en eind augustus tijdens Studio Villanella.
Voor het jaarlijkse Theaterfestival, dit jaar in Antwerpen, zijn zowel Som Faves van Ivo Dimchev als 1:Songs van Nicole Beutler geselecteerd. Beide producties waren tijdens nO new artists 2010 te zien in kc nOna.